ECLI:NL:HR:2009:BI6944
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijswaardering en proceskostenveroordeling in onrechtmatige daad zaak Nederlandse Antillen
In deze civiele procedure bij de Hoge Raad gaat het om een geschil tussen een bank en meerdere eisers over onrechtmatige overschrijvingen en de daarop volgende schadevergoeding. De bank had bedragen van de rekening van een cliënte zonder toestemming overgeschreven naar rekeningen van de eisers. De bank vergoedde deze bedragen aan de cliënte en vorderde vervolgens vergoeding van de eisers.
De rechtbank veroordeelde enkele eisers tot vergoeding, maar wees een vordering tegen een van hen af. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de eisers hoofdelijk tot betaling. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet verplicht was fouten van de eerste rechter te herstellen waartegen geen grief was gericht, met name inzake proceskostenveroordeling.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de verklaring van een partijgetuige volledig buiten beschouwing liet, wat strijdig is met het gelijkheidsbeginsel en art. 6 EVRM Pro (Dombo-arrest). De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij de bank wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met veroordeling van de bank in de cassatiekosten.