ECLI:NL:HR:2007:BA2511
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot inning stil verpande vorderingen zonder bank vooraf te informeren
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank N.V. en de curator van het faillissement van [A] B.V. De bank had stil verpande vorderingen op [A] en stelde dat de curator onrechtmatig handelde door deze vorderingen te innen zonder de bank vooraf in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven om haar rechten uit te oefenen. De rechtbank en het hof wezen de vordering van de bank af.
De Hoge Raad bevestigt dat zolang de stille pandhouder (de bank) de mededeling aan de debiteuren niet heeft gedaan, de curator bevoegd is om de vorderingen te innen ten behoeve van de boedel. De curator hoeft de bank niet actief vooraf te informeren of een termijn te stellen, maar het is wenselijk dat curator en bank overleg voeren over het incassobeleid.
Het hof achtte een termijn van veertien dagen redelijk voordat de curator zelf mededeling doet aan debiteuren. De Hoge Raad verwierp het beroep van de bank en benadrukte dat de bank als professionele stille pandhouder het initiatief tot overleg kan nemen. De curator heeft niet onzorgvuldig gehandeld door zonder overleg de inning te verrichten.
De Hoge Raad veroordeelde de bank in de proceskosten en bevestigde hiermee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator bevoegd is stil verpande vorderingen te innen zonder voorafgaande kennisgeving aan de bank en wijst het beroep van de bank af.