ECLI:NL:HR:2010:BN3849
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onterechte niet-erkende betaling
Belanghebbende heeft tijdig aangifte gedaan en het volledige bedrag van de omzetbelasting en loonbelasting over het derde kwartaal van 2005 in één bedrag betaald. De ontvanger van de belastingdienst heeft echter slechts een deel van dit bedrag als betaling van de loonbelasting geboekt en het deel betreffende de omzetbelasting niet erkend, wat leidde tot een naheffingsaanslag en boete.
De Rechtbank en het Hof verklaarden de naheffingsaanslag rechtsgeldig, stellende dat de omzetbelasting niet was betaald in de zin van artikel 20 AWR Pro. De Hoge Raad oordeelt anders: de betaling was wel verricht en de naheffingsaanslag en boete zijn daarom onrechtmatig. Tevens is de weigering van vergoeding van proceskosten voor het incidenteel hoger beroep onjuist.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van Hof, Rechtbank en Inspecteur, vernietigt de naheffingsaanslag en boetebeschikking, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.