ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2709
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- A.M.A. Verscheure
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid niet kennelijk onredelijk
De zaak betreft het hoger beroep van een werknemer die na een dienstverband van dertig jaar werd ontslagen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid die niet gerelateerd was aan zijn werkzaamheden. De werknemer vorderde een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk was en een schadevergoeding.
Het hof stelde vast dat de werknemer sinds 2001 grotendeels arbeidsongeschikt was en dat er geen passende functies beschikbaar waren door teruglopende opdrachten. Het ontslag werd aangezegd na verkregen toestemming van het CWI. Het sociaal plan was niet van toepassing omdat het was gericht op werknemers die hun baan verloren door teruglopend werk, niet op arbeidsongeschikte werknemers.
De werknemer stelde dat het ontslag onredelijk was vanwege bedrijfseconomische redenen, ongelijke behandeling, tekortschietende re-integratie-inspanningen en zijn leeftijd en dienstjaren. Het hof verwierp deze stellingen, onder meer omdat de arbeidsongeschiktheid volledig en langdurig was, er geen causaal verband was met het werk, en de werkgever voldoende had gedaan aan re-integratie.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen af. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten en tot terugbetaling van eerder betaalde kosten. Het ontslag werd niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid niet kennelijk onredelijk is en wijst de vorderingen af.