ECLI:NL:PHR:2010:BJ7275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt medeplegenveroordeling wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking
Op 26 mei 2004 werd het slachtoffer opzettelijk en met voorbedachten rade om het leven gebracht door meerdere mededaders. Het lichaam werd vervolgens in een zak verpakt, verzwaard met kettingen en in het water van de Biesbosch gegooid. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van moord en het wegmaken van het lijk, mede op basis van haar aanwezigheid bij besprekingen, het programmeren van telefoons en het schoonmaken van de auto waarin het lichaam was vervoerd.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van mededaders, politieprocessen-verbaal, forensisch onderzoek en getuigenverklaringen. Verdachte was niet lijfelijk aanwezig bij de moord, maar zou een rol hebben gespeeld in de voorbereiding en uitvoering van het plan. Het hof achtte bewezen dat verdachte bewust en nauw met de mededaders had samengewerkt.
In cassatie stelde verdachte dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen aan te nemen, omdat zij niet lijfelijk aanwezig was en slechts een ondersteunende rol had. De Hoge Raad oordeelde dat medeplegen bij afwezigheid alleen kan worden aangenomen bij een actieve, initiërende, organiserende of coördinerende rol die gelijkwaardig is aan die van de andere deelnemers. Uit de bewijsmiddelen bleek dat verdachte geen dergelijke actieve rol had, maar slechts op verzoek handelde en zich niet van het plan had gedistantieerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwierp de medeplegenveroordeling. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd deels toegewezen. De toepassing van artikel 36f Sr werd bevestigd als passend in deze zaak. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende bewijs van medeplegen en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.