ECLI:NL:HR:2010:BK6942
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM bij afwijking van richtlijnen in mishandelingszaak
In deze strafzaak werd aan verdachte ten laste gelegd dat hij op 15 maart 2006 in Capelle aan den IJssel opzettelijk mishandeling had gepleegd. Het openbaar ministerie had een strafeis geformuleerd die afweek van de eigen richtlijnen, zonder dat aan verdachte een transactie was aangeboden of schadebemiddeling had plaatsgevonden. De raadsman van verdachte voerde aan dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze afwijkingen en nalatigheden.
Het hof oordeelde echter dat de richtlijnen slechts een uitgangspunt zijn en dat gemotiveerd van deze richtlijnen kan worden afgeweken op grond van bijzondere omstandigheden van het geval. Het hof achtte het OM ontvankelijk, hoewel de bijzondere omstandigheden niet concreet waren toegelicht door de Advocaat-Generaal.
De Hoge Raad stelt dat het hof het verweer van niet-ontvankelijkheid onvoldoende heeft gemotiveerd verworpen, mede omdat niet is geconcretiseerd om welke richtlijnen het gaat en welke bijzondere omstandigheden de afwijking rechtvaardigen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van afwijking van OM-richtlijnen.