ECLI:NL:HR:2010:BL0075
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Herstel van onterechte vervangingsreserve in vennootschapsbelasting volgens foutenleer
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een boete. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar de boete bleef gehandhaafd. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Hof Amsterdam verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden de aanslag en boete.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel dat zij ten onrechte een vervangingsreserve van ƒ 1.807.400 op de balans per 31 december 1999 had opgenomen. Het hof en de rechtbank oordeelden dat dit een fout betrof die volgens de foutenleer in het betreffende jaar hersteld kon worden.
De Hoge Raad bevestigt dat toepassing van de foutenleer inhoudt dat het beginvermogen van een jaar wordt gesteld op het eindvermogen van het voorgaande jaar, ook als dit onjuist is vastgesteld. Dit voorkomt dat bedrijfswinst onbelast blijft of dubbel wordt belast. De fiscale reserves worden bij herstel van de fout op de beginbalans aangepast, zodat de reserve in het hersteljaar vrijvalt ten gunste van de winst.
Het middel dat de foutenleer niet van toepassing acht op fiscaal toegestane reserves faalt. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en legt geen proceskosten op.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.