ECLI:NL:HR:2010:BL6659
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens ontoereikende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze cassatieprocedure staat de vraag centraal of de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel voldoende is gemotiveerd en gebaseerd op wettige bewijsmiddelen. Het hof had in zijn kasopstelling een bedrag van € 23.760,- voor telefoontoestellen betrokken, ontleend aan een conclusie van antwoord van de raadsman van de betrokkene. De Hoge Raad oordeelt dat verklaringen en schriftelijke stukken van de raadsman niet als wettige bewijsmiddelen kunnen gelden voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat ook pleitnota's en conclusies van antwoord van de raadsman niet als wettige bewijsmiddelen kunnen worden aangemerkt. Hierdoor is de motivering van het hof ontoereikend omdat het bedrag niet kan worden ontleend aan de in de uitspraak opgenomen bewijsmiddelen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De overige middelen van cassatie zijn niet ontvankelijk of slagen niet en behoeven geen nadere bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 28 september 2010.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering en ontoelaatbare bewijsmiddelen; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.