Conclusie
Mr. Machielse
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
A.
C.
D.
E.
F.
27. Een (vertaald) overzicht van mutaties op de bankrekening van [verdachte] (nr.
28. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 16
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte was door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot twintig maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van witwassen. Het hof stelde vast dat verdachte in 2004 een bedrag van €250.000,- via Turkije had witgewassen door het geld via rekeningen van familieleden te laten lopen en een gefingeerde leningsovereenkomst op te stellen.
De verdediging voerde aan dat het geld een echte lening betrof van oom en tante en dat verdachte op 9 augustus 2004 niet in Turkije was geweest. Ook werd betoogd dat de verklaringen van familieleden onbetrouwbaar waren. De Hoge Raad oordeelde dat de aanwezigheid van verdachte in Turkije niet werd betwist en dat verklaringen van de advocaat niet als bewijs mogen dienen. Het hof mocht de verklaringen van familieleden selectief gebruiken en de ongeloofwaardigheid van het leningverweer aannemen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de alternatieve lezing van verdachte niet hoefde te weerleggen met wettige bewijsmiddelen als die lezing ongeloofwaardig was. De feitelijke beoordeling van het hof was begrijpelijk en niet onjuist. Daarmee faalden alle middelen van cassatie en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van witwassen.