ECLI:NL:PHR:2010:BL6659
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste bewijswaardering in ontnemingszaak cocaïnehandel
In deze cassatieprocedure staat de ontnemingsmaatregel centraal die het hof aan de veroordeelde oplegde tot betaling van €600.000,- wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel. De verdediging voerde meerdere middelen aan, waaronder het verzoek om inzage in een vermeend tweede rechtshulpverzoek aan Suriname en het horen van een getuige die de financiering van de cocaïne zou kunnen weerleggen.
Het hof wees deze verzoeken af, waarbij het hof oordeelde dat er slechts één rechtshulpverzoek was en dat het getuigenverzoek onvoldoende concreet was onderbouwd. De Hoge Raad bevestigt dat het hof dit terecht heeft beoordeeld. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte een conclusie van antwoord van de raadsman als wettig bewijsmiddel heeft gebruikt om een post van €23.760,- aan telefoontoestellen in de kasopstelling te betrekken.
Verder zijn andere middelen, zoals de afwijzing van een vermindering van het wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vermeende legale inkomsten uit grondverkoop en de beoordeling van een uitgavepost van €54.999,74, door de Hoge Raad beoordeeld en verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting, waarbij het hof de bewijswaardering en motivering opnieuw dient te beoordelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste bewijswaardering en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.