ECLI:NL:HR:2010:BL9562
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvaststelling bij tussentijdse verlenging huurovereenkomst bedrijfspand
In deze zaak gaat het om een geschil tussen verhuurster [verweerster] en huurder Momus over de huurprijs van een bedrijfspand aan het Vrijthof te Maastricht. De huurovereenkomst was oorspronkelijk voor 20 jaar en tussentijds verlengd tot 2014 met een regeling over de huurprijs. [Verweerster] vordert een nadere vaststelling van de huurprijs op grond van artikel 7:303 BW Pro.
De kantonrechter en het hof wezen de vordering toe, waarbij het hof oordeelde dat de optieovereenkomst niet uitsloot dat de verhuurster de huurprijs kon aanpassen volgens de wettelijke bepalingen. Momus mocht bewijs leveren dat was afgesproken dat alleen inflatiecorrectie mogelijk was, maar slaagde hier niet in.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 7:303 BW Pro onmiddellijke werking heeft en dat artikel 7:291 BW Pro ook van toepassing is op contractuele afwijkingen ten nadele van de verhuurder. Het hof heeft dit miskend en daarom worden de arresten vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor nieuwe behandeling. Het incidentele cassatieberoep van [verweerster] wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nieuwe beoordeling over de huurprijsvaststelling.