ECLI:NL:HR:2010:BM0454
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid van navorderingsaanslag met EG-recht bij buitenlandse tegoeden
Deze zaak betreft de verenigbaarheid van een navorderingsaanslag opgelegd met toepassing van de bijzondere navorderingstermijn voor buitenlandse tegoeden met het EG-recht, met name de artikelen 49 en 56 EG.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin is geoordeeld dat lidstaten een langere navorderingstermijn mogen toepassen voor buitenlandse tegoeden die zijn verzwegen, ook als deze in een lidstaat met bankgeheim worden aangehouden. Deze langere termijn is toegestaan zolang de belastingautoriteiten geen aanwijzingen hadden om een onderzoek in te stellen.
De Hoge Raad stelt dat indien aanwijzingen aanwezig zijn en een navorderingsaanslag wordt opgelegd na het verstrijken van de termijn voor binnenlandse tegoeden, dit alleen is toegestaan als het tijdsverloop noodzakelijk is voor het verkrijgen van inlichtingen en het voorbereiden van de aanslag. Verder mag de navorderingstermijn voor buitenlandse tegoeden niet verder worden overschreden dan dit noodzakelijke tijdsverloop, omdat anders het evenredigheidsbeginsel wordt geschonden.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt het hofuitspraak en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest en het eerdere arrest van 25 april 2008. Tevens veroordeelt hij de Minister van Financiën in de kosten van het geding.
Uitkomst: De navorderingsaanslag met langere termijn voor buitenlandse tegoeden is verenigbaar met EG-recht mits niet verder overschreden dan noodzakelijk; het hofarrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen.