ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3483
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- A.J.M. Arends
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens verzwegen buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes die zijn opgelegd aan eiser wegens het niet opgeven van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB). De inspecteur baseerde zijn aanslagen op renseignementen van Belgische autoriteiten en schatte de verzwegen inkomsten en vermogensbestanddelen. Eiser betwistte het bestaan van de rekening en de hoogte van de aanslagen.
De rechtbank oordeelt dat eiser houder was van de VLB-rekening en dat hij niet aan zijn inlichtingenverplichting heeft voldaan. Hierdoor is de bewijslast omgekeerd, en de inspecteur mocht een redelijke schatting maken van de belastbare inkomens. De rechtbank acht de schatting van de inspecteur niet willekeurig en wijst de alternatieve berekening van eiser af.
De navorderingsaanslagen IB/PVV over 2001 tot en met 2007 worden verminderd vanwege onjuiste toepassing van artikel 2.17 Wet IB 2001 en een fout in het saldo van de VLB-rekening. De vergrijpboetes worden proportioneel verminderd, maar niet verder gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat reeds een matiging van 20% heeft plaatsgevonden. De beroepen tegen de navorderingsaanslag VB 1996 worden ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en draagt op tot vergoeding van griffierechten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen IB/PVV over 2001-2007 en bijbehorende boetes worden verminderd, beroepen tegen deze aanslagen gegrond verklaard, terwijl het beroep tegen de navorderingsaanslag VB 1996 ongegrond blijft.