ECLI:NL:HR:2010:BM0476
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid EG-recht van navorderingsaanslag bij buitenlandse tegoeden
Deze zaak betreft de vraag of het toepassen van een langere navorderingstermijn voor buitenlandse spaartegoeden in strijd is met het EG-recht, met name de artikelen 49 en 56 EG. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten van het Hof van Justitie waarin is vastgesteld dat het toepassen van een langere navorderingstermijn gerechtvaardigd kan zijn vanwege het bankgeheim in andere lidstaten en het ontbreken van aanwijzingen voor belastingonderzoek.
De Hoge Raad benadrukt dat deze langere termijn alleen aanvaardbaar is indien deze noodzakelijk is voor het verkrijgen van inlichtingen en het voorbereiden van de aanslag met redelijke voortvarendheid. Tevens moet de termijn niet verder worden overschreden dan strikt noodzakelijk, om het evenredigheidsbeginsel te respecteren.
De zaak werd geschorst in afwachting van prejudiciële uitspraken van het Hof van Justitie, die de Hoge Raad nu heeft verwerkt in zijn arrest. De Hoge Raad vernietigt het eerdere arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van deze richtlijnen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn van berechting niet is overschreden, ondanks de lange duur van de procedure, omdat de tijd voor het verkrijgen van prejudiciële beslissingen niet wordt meegerekend. De Minister van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest en veroordeelt de Minister van Financiën in de proceskosten.