ECLI:NL:HR:2010:BM0940
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijspraak wegens onjuiste rechtsopvatting over flatverbod en wederrechtelijk binnendringen
De zaak betreft een verdachte die op 22 mei 2007 werd verdacht van wederrechtelijk binnendringen in een flatgebouw dat in gebruik is bij een woningstichting. Aan verdachte was eerder door de woningstichting de toegang tot het flatgebouw ontzegd middels een flatverbod dat liep van 28 september 2006 tot 28 september 2007. Het hof sprak verdachte vrij omdat hij toestemming had van zijn tante, een bewoonster van de flat, die de deur voor hem opende en geen bezwaar had tegen zijn bezoek.
Het hof oordeelde dat een flatverbod niet zover kan strekken dat het recht van bewoners om bezoek te ontvangen wordt beperkt of illusoir gemaakt. De Hoge Raad stelt echter dat het hof hiermee een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven. De enkele toestemming van een bewoner om het flatgebouw te betreden is onvoldoende om het binnendringen niet als wederrechtelijk te kwalificeren.
De Hoge Raad constateert dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het binnendringen niet wederrechtelijk zou zijn, terwijl de woningstichting expliciet de toegang had ontzegd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onjuiste rechtsopvatting en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.