ECLI:NL:HR:2010:BM4139

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01260
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid tussentijds hoger beroep tegen incidentele vonnissen in civiele procedure

In deze civiele procedure betrof het geschil de niet-ontvankelijkheid van een tussentijds hoger beroep tegen twee afzonderlijke incidentele vonnissen. Deze vonnissen betroffen de afwijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring van bepaalde personen en een verzoek tot pleidooi. De rechtbank Haarlem en het gerechtshof Amsterdam hadden eerder in deze zaak uitspraak gedaan.

De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het beroep zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerders nihil werden begroot. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de niet-ontvankelijkheid van het tussentijds hoger beroep tegen de incidentele vonnissen en sloot het cassatieproces af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid van het tussentijds hoger beroep.

Uitspraak

11 juni 2010
Eerste Kamer
09/01260
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 135289/HA ZA 07-624 van de rechtbank Haarlem van 24 oktober 2007,
b. het arrest in de zaak 200.001.675/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 juli 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser tot cassatie in zijn cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 april 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 juni 2010.