ECLI:NL:HR:2010:BM4139
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid tussentijds hoger beroep tegen incidentele vonnissen in civiele procedure
In deze civiele procedure betrof het geschil de niet-ontvankelijkheid van een tussentijds hoger beroep tegen twee afzonderlijke incidentele vonnissen. Deze vonnissen betroffen de afwijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring van bepaalde personen en een verzoek tot pleidooi. De rechtbank Haarlem en het gerechtshof Amsterdam hadden eerder in deze zaak uitspraak gedaan.
De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het beroep zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerders nihil werden begroot. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de niet-ontvankelijkheid van het tussentijds hoger beroep tegen de incidentele vonnissen en sloot het cassatieproces af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid van het tussentijds hoger beroep.