ECLI:NL:HR:2010:BM6076
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Begrip onteigende partij bij gemeenschappelijke eigendom onroerende zaak in onteigeningsrecht
In deze zaak stond centraal de uitleg van het begrip 'onteigende partij' in artikel 61 van Pro de Onteigeningswet (Ow) bij onteigening van een onroerende zaak die in twee niet verdeelde gemeenschappen viel. De eiser had verzocht om terugvordering van de onteigende onroerende zaak die ten behoeve van de Staat was onteigend.
De rechtbank 's-Hertogenbosch en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hadden het verzoek van eiser afgewezen. De Hoge Raad bevestigde deze uitspraken en stelde dat een zelfstandig recht op teruglevering van de onteigende zaak niet aan één deelgenoot toekomt, maar aan de deelgenoten gezamenlijk. Dit volgt uit de gemeenschappelijke eigendom van de onroerende zaak ten tijde van de onteigening.
De Hoge Raad verwierp het beroep van eiser en veroordeelde hem in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak draagt bij aan de rechtsontwikkeling omtrent onteigeningsrecht en de positie van mede-eigenaren bij gemeenschappelijke eigendom van onroerende zaken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt verworpen; het recht op teruglevering komt toe aan alle deelgenoten gezamenlijk.