ECLI:NL:PHR:2010:BM6076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op terugvordering onteigende onroerende zaak bij gemeenschappelijke eigendom
In deze zaak vordert eiser teruglevering van een onroerend goed dat ten behoeve van de Staat is onteigend. Het perceel viel ten tijde van de onteigening in twee onverdeelde gemeenschappen, waarbij meerdere deelgenoten gerechtigd waren. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering af omdat een recht op terugvordering volgens artikel 61 Onteigeningswet Pro alleen aan alle deelgenoten gezamenlijk toekomt.
Eiser stelde dat hij als enige bewoner en deelgenoot een zelfstandig recht op terugvordering had, mede omdat de schadeloosstelling was betaald. De Hoge Raad bevestigt echter dat het vorderingsrecht niet door betaling van schadeloosstelling wordt verdeeld en dat het recht pas ontstaat na drie jaar na het onherroepelijk worden van het onteigeningsvonnis.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 61 Onteigeningswet Pro bedoeld is om onnodige of ontijdige onteigeningen terug te draaien en dat het terugvorderingsrecht alleen toekomt aan de onteigende partij zoals die bestond ten tijde van de onteigening. Bij gemeenschappelijk eigendom betekent dit dat alle deelgenoten gezamenlijk de onteigende partij vormen. Eiser kan de vordering niet zelfstandig instellen, noch verkrijgen. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen omdat het recht op terugvordering uitsluitend aan alle deelgenoten gezamenlijk toekomt.