ECLI:NL:HR:2010:BM6650
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstalzaak
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een veroordeling voor meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal, oplichting en medeplegen daarvan. De herzieningsaanvraag richt zich op de betrouwbaarheid van een geuridentificatieproef die in de oorspronkelijke strafzaak als bewijs is gebruikt.
De Hoge Raad overweegt dat in de periode van september 1997 tot en met maart 2006 geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland vaak in strijd met het protocol zijn uitgevoerd, waardoor de resultaten niet als betrouwbaar kunnen worden beschouwd. Dit leidt tot een ernstig vermoeden dat de rechter zonder deze onregelmatige proef tot een andere beslissing zou zijn gekomen.
In deze zaak is vastgesteld dat de geuridentificatieproef alleen is gebruikt voor het bewijs van het feit van diefstal door twee of meer verenigde personen. Voor de andere feiten is geen geurproef gebruikt. De Hoge Raad verklaart daarom de herzieningsaanvraag gegrond voor het diefstalfeit en beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing.
De overige onderdelen van de aanvraag worden ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 2 november 2010.
Uitkomst: Herzieningsaanvraag gedeeltelijk gegrond verklaard en zaak terugverwezen voor herbeoordeling wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef.