ECLI:NL:HR:2010:BN0019
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht op het laatst te spreken in cassatieprocedure
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. Betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep werd niet vastgesteld dat betrokkene het recht had om het laatst te spreken, hetgeen strijdig is met artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe berechting. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het toepasselijke voorschrift niet in acht had genomen door betrokkene niet het recht te verlenen het laatst te spreken, wat leidt tot nietigheid van het proces.
Daarnaast werd de klacht dat het hof ten onrechte na onderzoek niet-ontvankelijkheid had uitgesproken verworpen, omdat de wet niet voorschrijft dat een dergelijke beslissing uitsluitend zonder onderzoek kan worden genomen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.