ECLI:NL:PHR:2012:BY1230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep jeugdige verdachte wegens procedurele fouten
In deze jeugdzaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen een vonnis van de kinderrechter. De verdachte was veroordeeld wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met art. 283, zesde lid, Sv de verdachte niet heeft gehoord voordat het de niet-ontvankelijkverklaring uitspreekt, en ook niet heeft toegestaan dat de verdachte het laatste woord voert zoals vereist in art. 311, vierde lid, Sv. Deze procedurele tekortkomingen leiden tot nietigheid van het onderzoek in hoger beroep.
Daarnaast heeft het hof de niet-ontvankelijkverklaring gebaseerd op het ontbreken van een rechtsgeldige volmacht voor het instellen van hoger beroep via een griffiemedewerker, maar heeft het niet voldoende onderzocht of de aanwezigheid en verklaring van de verdachte en haar raadsman dit verzuim konden herstellen. De Hoge Raad stelt dat in dit geval, gelet op de aanwezigheid van verdachte en haar raadsman en hun verklaringen, de niet-ontvankelijkverklaring niet kan worden gedragen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Tevens merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, maar dat dit bij de nieuwe behandeling kan worden betrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.