ECLI:NL:HR:2010:BN1028
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaring en daad van vervolging bij omkoping niet-ambtenaren
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een bezwaarschrift tegen dagvaarding wegens omkoping van niet-ambtenaren volgens art. 328ter Sr.
De kern van het geschil betrof de aanvang van de verjaringstermijn en de vraag of een brief van de Officier van Justitie als daad van vervolging kan worden aangemerkt die de verjaring stuit. Het hof had geoordeeld dat de verjaringstermijn aanvangt op het moment dat de gift wordt gedaan of de opdracht tot effectuering wordt gegeven. Tevens had het hof de brief van de OvJ als daad van vervolging aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel over de aanvang van de verjaringstermijn, dat bij een gift de termijn begint bij het moment van de gift of opdracht daartoe. De klacht hierover faalde. Echter, de Hoge Raad oordeelde dat de brief van de OvJ niet kan worden beschouwd als een daad van vervolging die de verjaring stuit, omdat een daad van vervolging een handeling moet zijn die gericht is op het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke beslissing.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden oordeel voor zover het de stuiting van de verjaring betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling. Hiermee werd het standpunt van de verdediging deels gehonoreerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over stuiting van verjaring door een brief van de OvJ en verwijst de zaak terug naar het hof.