ECLI:NL:HR:2011:BO5235
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na onbegrijpelijke schatting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een verstekvonnis van het Gerechtshof Amsterdam inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het voordeel geschat op €5.547,-, mede gebaseerd op ad informandum gevoegde feiten en afgeluisterde telefoongesprekken die niet als bewijsmiddel waren ingebracht.
De Hoge Raad oordeelt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet zonder meer begrijpelijk is, vooral omdat de inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken niet in de bewijsvoering is opgenomen. De verklaring van de veroordeelde over de verkoopprijs van een gestolen laptop lag tussen fl. 1.000,- en fl. 1.200,-, terwijl het hof het voordeel op fl. 2.000,- had gesteld.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het de hoogte van het bedrag betreft en stelt het te betalen bedrag vast op €4.534,-. Tevens vermindert de Hoge Raad de betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de zaak om redenen van doelmatigheid zelf is afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €4.534,- wegens onbegrijpelijke schatting en overschrijding van de redelijke termijn.