Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.De strafzaak en de ontnemingszaak
4.Het eerste middel
daadwerkelijkvoordeel.
Grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’, welke misdrijven naar de wettelijke omschrijving worden bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie en aannemelijk is dat deze misdrijven op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
€ 330.855,36.”
onherroepelijke vonnisvan de rechtbank Rotterdam van 6 april 2021 waarbij de betrokkene onder meer is veroordeeld voor het feitelijk leiding geven aan het door [A] B.V. plegen van valsheid in geschrift in de periode van 1 januari 2013 tot en met 9 mei 2016.
RAPPORT BEREKENING WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL PER DELICT” d.d. 19 december 2017 van de Inspectie SZW, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met nr. 6640-2016-1195. Dit rapport houdt onder meer, in - zakelijk weergegeven -:
NJ2021/312 m.nt. Machielse, waarin de betrokkene valse facturen had opgenomen in de administratie van de vennootschap waarvan hij enig aandeelhouder en directeur was. In die facturen werden door onderaannemers verrichte werkzaamheden en/of diensten vermeld die in werkelijkheid niet door de betreffende bedrijven voor de vennootschap zijn verricht. De betrokkene in die zaak gaf daarbij aan welke bedragen een onderaannemer kon factureren en nam vervolgens grote contante bedragen op van de rekening van de vennootschap, waarna onderaannemers slechts een deel van hun factuur door de betrokkene kregen betaald. De Hoge Raad oordeelt dat met het enkele opnemen van valse facturen in de bedrijfsadministratie van de vennootschap geen voordeel door de vennootschap is verkregen. Maar als gevolg van het opnemen van die valse facturen in de bedrijfsadministratie was het voor de betrokkene wel mogelijk om contante geldbedragen te onttrekken aan de vennootschap, waarbij de na betalingen aan onderaannemers resterende gelden aan de betrokkene ten goede zijn gekomen. Uit het arrest volgt dat het opnemen van de valse facturen in de administratie van de vennootschap kennelijk ertoe heeft gestrekt en was geëigend om voordeel te genereren. Het voordeel – dat bestond uit de aan de vennootschap onttrokken gelden – werd door middel van de valsheid in geschrift verkregen in de zin van art. 36e Sr.
vK] in [A] achterblijft, wordt vervolgens door de verdachte onttrokken uit [A] .” Door de verdediging is niet aangevoerd dat en hoe nog een deel van het wederrechtelijk verkregen voordeel op andere wijze dan door de betrokkene aan de vennootschap kan zijn onttrokken of waarom betrokkene ondanks zijn positie in de vennootschap geen beschikkingsmacht over het wederrechtelijk verkregen voordeel zou hebben gehad, terwijl dit mijns inziens wel mocht worden verwacht, nu de bewijslast ter zake van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op redelijke en billijke wijze mag worden verdeeld tussen het openbaar ministerie en de betrokkene (vgl. onder 4.14).