ECLI:NL:HR:2011:BO6341
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Bevestiging levenslange gevangenisstraf en afwijzing nader onderzoek gratiebeleid
In deze zaak bevestigde de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin een verdachte werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor medeplegen van moord in een Rotterdams café.
De verdediging verzocht om nader onderzoek naar de verenigbaarheid van de levenslange gevangenisstraf met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name vanwege het feit dat de straf in Nederland feitelijk niet wordt verkort door gratieverlening. De Hoge Raad herhaalde de jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een levenslange gevangenisstraf niet onverenigbaar is met artikel 3 EVRM Pro zolang er een mogelijkheid bestaat tot gratie, ook al is die mogelijkheid theoretisch.
Het hof had vastgesteld dat de meeste levenslange straffen pas recent zijn opgelegd en dat het te vroeg is om te concluderen dat er geen perspectief op vrijlating bestaat. Het verzoek om nader onderzoek naar het gratiebeleid werd daarom afgewezen. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, maar dat dit geen reden was om het beroep alsnog toe te wijzen. De straf blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf en wijst het verzoek om nader onderzoek naar het gratiebeleid af.