ECLI:NL:HR:2011:BP0058
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 26 april 2011 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Het beroep richtte zich onder meer op de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor zover het de geldboete betreft, met een voorstel tot vermindering van de boete en de hechtenis, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest alleen met betrekking tot de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de geldboete van €10.000,- naar €9.500,- en vermindering van de vervangende hechtenis tot 76 dagen. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is definitief.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd tot €9.500,- en de vervangende hechtenis tot 76 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.