ECLI:NL:GHARN:2008:BG9920
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het doen van een onjuiste belastingaangifte over 1994
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het doen van onjuiste belastingaangiften over het jaar 1994 en andere jaren, waarbij hij inkomsten en saldi van bankrekeningen bij de KredietBank Luxemburg niet had opgegeven. De zaak kwam voort uit een onderzoek naar Nederlandse rekeninghouders bij deze bank, waarbij gegevens via spontane uitwisseling met België waren verkregen.
De rechtbank Roermond en het gerechtshof 's-Hertogenbosch spraken verdachte vrij, maar de Hoge Raad vernietigde dit en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem. Dit hof oordeelde dat slechts het feit van onjuiste aangifte over 1994 wettig en overtuigend bewezen kon worden. Verdachte werd vrijgesproken voor de andere jaren en ten aanzien van een tweede tenlastelegging.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onvoldoende was en dat de naam op de bankrekeningen niet aan verdachte kon worden toegeschreven. Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat de tenaamstelling op de microfiches betrekking had op verdachte. Ook werd het verzoek om getuigen te horen afgewezen.
Het hof hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en legde een geldboete van €10.000 op, die bij niet-betaling kan worden vervangen door 80 dagen hechtenis. De overige tenlastegelegde feiten werden niet bewezen verklaard en verdachte werd daarvoor vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €10.000 voor het doen van een onjuiste belastingaangifte over 1994.