Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof de grondslag van de tenlastelegging van feit 1 heeft verlaten, doordat het heeft bewezenverklaard dat verdachte zowel heeft gepoogd [verbalisant 5] opzettelijk van het leven te beroven als [verbalisant 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.
ten aanzien van het onder 1 primair ten aanzien van [verbalisant 5] bewezenverklaarde
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 1 meer subsidiair niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte opzet had op de bedreiging van [verbalisant 6].
derde middelklaagt in de kern dat het hof ten aanzien van de feiten 3 tot en met 6 ten onrechte de verklaringen van verdachte die hij heeft afgelegd zonder dat hem de gelegenheid is geboden voorafgaand aan die verhoren een advocaat te raadplegen, voor het bewijs heeft gebruikt.
Feiten 3, 4, 5 en 6
vierde middelklaagt dat de bewezenverklaring van de feiten 3 en 6 niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet volgt dat de burgemeester van Venlo was belast met de uitoefening van enig toezicht.
vijfde middelklaagt over de strafmotivering. Aangevoerd wordt dat het hof de strafoplegging ten onrechte mede heeft gebaseerd op feit 2, terwijl verdachte in eerste aanleg van dit feit was vrijgesproken en dit niet aan het oordeel van het hof was onderworpen.