ECLI:NL:HR:2011:BP2281
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening verlof aan arbeid voor toepassing belastingverdrag
Belanghebbende was in 2004 in dienst bij een Nederlandse baggermaatschappij en stelde dat hij recht had op belastingvrijstelling voor arbeid verricht in niet-verdragslanden gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden. De loonadministratie van zijn werkgever toonde een combinatie van werk-, verlof- en wachtgeldperiodes in verschillende landen.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en bevestigde de aanslag. De Hoge Raad moest beoordelen of de verlofperiodes aan de arbeid in niet-verdragslanden konden worden toegerekend om aan de drie maanden grens te voldoen.
De Hoge Raad oordeelde dat de administratie van de werkgever, gebaseerd op een lifostelsel waarbij verlof aan voorafgaande arbeid wordt toegerekend, niet onlogisch of onredelijk is. Hierdoor kon de verlofperiode niet worden toegerekend aan arbeid in niet-verdragslanden. Er was dus geen sprake van drie aaneengesloten maanden arbeid in die landen.
Het cassatieberoep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.