ECLI:NL:HR:1996:AA1908
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Cassatie over loonbelasting naheffingsaanslag bij uitzending werknemers naar Panama
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over de periode 1982-1986 vanwege aanvullende loonbetalingen aan werknemers die tijdelijk in Panama waren tewerkgesteld. Deze werknemers hadden een dienstverband van drie maanden met een Panamese werkgever, waarbij zij na twee maanden werken een maand verlof genoten. Na terugkeer ontvingen zij aanvullende betalingen van hun Nederlandse werkgever.
Het Hof Amsterdam verwierp het beroep van belanghebbende op artikel 38, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), omdat het niet aannemelijk was dat de werknemers gedurende drie aaneengesloten maanden arbeid hadden verricht in Panama. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte het verlof niet als gewone arbeidsonderbreking heeft meegeteld en dat het oordeel dat de dienstbetrekking met de Nederlandse werkgever tijdens de uitzending was beëindigd onvoldoende is gemotiveerd.
De Hoge Raad stelt dat de aanvullende loonbetalingen wel degelijk betrekking kunnen hebben op de in Panama verrichte arbeid en dat het Hof had moeten onderzoeken of het dienstverband met de Nederlandse werkgever ondanks de formele beëindiging voortduurde. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelt tevens de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.