ECLI:NL:HR:2011:BP4607
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak inzake schadevergoeding immateriële schade
In deze strafzaak stond de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij centraal, die immateriële schade vorderde wegens bewezenverklaarde feiten van wederrechtelijke binnendringing en mishandeling. De rechtbank kende een vergoeding van €530 toe, maar het hof wees de vordering slechts toe tot €265 en wees het meerdere af zonder voldoende motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de afwijzing van het meerdere bedrag boven €265 nader had moeten motiveren, zoals vereist is op grond van artikel 361, vierde lid, Sv. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de beslissing op de schadevergoeding betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
Het middel van de verdachte werd verworpen omdat het geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van een deugdelijke motivering bij afwijzing van schadevergoedingsvorderingen in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof inzake de schadevergoeding en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.