ECLI:NL:HR:2011:BP6282
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onttrekking bij verkoop verbouwd schoolgebouw aan aandeelhouders
Belanghebbende, een BV die een voormalig schoolgebouw verbouwde tot woning ten behoeve van haar aandeelhouders, verkocht dit pand in 2001 aan deze aandeelhouders. De Inspecteur stelde dat het verschil tussen de werkelijke waarde en de verkoopprijs een onttrekking betrof en verhoogde de aanslag vennootschapsbelasting over 2001.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat er wel sprake was van een onttrekking in 2001. Het Hof stelde vast dat de verbouwing uitsluitend gericht was op persoonlijke behoeftebevrediging van de aandeelhouders en dat belanghebbende het prijsverschil voor haar rekening had genomen.
In cassatie werd betoogd dat het Hof onterecht het tijdstip van de onttrekking in 2001 plaatste en dat het bewustzijn van de aandeelhouders niet was vastgesteld. De Hoge Raad verwierp deze middelen, oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel over het bewustzijn van de aandeelhouders feitelijk was en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschil tussen de economische waarde en de betaalde koopprijs een onttrekking vormt in 2001 en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de onttrekking in 2001.