ECLI:NL:HR:2011:BP9406
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Geen beslisplicht rechter op verzoek tot oproeping getuige bij appelschriftuur
In deze cassatiezaak stond centraal of het gerechtshof verplicht was te beslissen op een verzoek tot getuigenoproeping dat door de verdachte bij appelschriftuur was ingediend. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter en verzocht in de appelakte om het horen van een getuige.
Het hof had echter niet op dit verzoek beslist en ook tijdens de terechtzitting was het verzoek niet herhaald. De Hoge Raad bevestigde dat op grond van artikel 287, derde lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering de rechter niet gehouden is te beslissen op een verzoek dat alleen schriftelijk bij het appelschrift is gedaan. Alleen een herhaald verzoek tijdens de terechtzitting verplicht tot een beslissing.
De omstandigheid dat de verdachte in hoger beroep niet werd bijgestaan door een raadsman maakte hierin geen verschil. Het middel van de verdachte faalde en het beroep werd verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de procedurele regel inzake verzoeken tot getuigenoproeping strikt wordt toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de rechter niet verplicht is te beslissen op een schriftelijk verzoek tot getuigenoproeping zonder herhaling ter terechtzitting.