ECLI:NL:HR:2011:BQ2088
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling prijsgeven recht op terugbetaling ontwikkelingskrediet in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere vennootschappen, kreeg voor het jaar 2005 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het daarop ingestelde beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde in cassatie dat sprake was van het prijsgeven van een recht op terugbetaling van een ontwikkelingskrediet, wat zou leiden tot kwijtscheldingswinst.
De kredietovereenkomst tussen de Staat en D B.V. bepaalde dat het krediet en rente over een periode van tien jaar moesten worden terugbetaald, waarna het recht op terugbetaling verviel. De rechtbank oordeelde dat de schuldeiser geen verder recht had dan de jaarlijkse betalingen en dat het krediet in 2005 was geëindigd, waarbij alle verschuldigde bedragen waren voldaan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het recht op terugbetaling niet verder ging dan hetgeen feitelijk was terugbetaald. Er was dus geen sprake van prijsgeven van een recht in materiële zin of van kwijtscheldingswinst. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van prijsgeven van een recht op terugbetaling.