ECLI:NL:HR:2011:BQ2093
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over feitelijke beschikkingsmacht bij accijnsgoederen en naheffingsaanslagen
Belanghebbende was aandeelhouder en bestuurder van vennootschappen die betrokken waren bij handel in alcoholhoudende dranken en sigaretten, waarbij sigaretten verborgen in hout vanuit Litouwen naar Nederland werden vervoerd en opgeslagen in een gehuurde loods. Het hof oordeelde dat belanghebbende feitelijke beschikkingsmacht had over zowel de sigaretten als de dranken, en dat hij deze accijnsgoederen voorhanden had in de zin van artikel 2f van de Wet op de accijns.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof ten onrechte aannam dat belanghebbende op elk gewenst moment over de sleutel van de loods kon beschikken, terwijl dit niet door de inspecteur was gesteld en belanghebbende zich hierover niet kon uitlaten. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat belanghebbende feitelijke beschikkingsmacht over de sigaretten had tijdens opslag.
De naheffingsaanslag voor de sigaretten wordt daarom vernietigd. Voor de alcoholhoudende dranken is de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling of belanghebbende deze dranken voorhanden heeft gehad. De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag op sigaretten wordt vernietigd en de zaak over de alcoholhoudende dranken wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.