ECLI:NL:PHR:2012:BW4004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt maatstaf voor onaanvaardbaar afbreken van onderhandelingen over huur nieuwbouw
In deze zaak draaide het om de vraag of verhuurder [eiseres] gerechtigd was de onderhandelingen met huurder [verweerster] over de huur van nieuwbouw aan de [a-straat 2] te [plaats] af te breken. [Verweerster] huurde reeds bedrijfsruimte van [eiseres] en had een voorkeursrecht op de nieuwbouw.
De verhuurder had een schriftelijke termijn gesteld voor schriftelijke aanvaarding van het aanbod, maar [verweerster] reageerde niet tijdig schriftelijk. Wel vond rond de deadline een telefonisch contact plaats waarin werd aangegeven dat [verweerster] akkoord was, waarna verdere besprekingen over details werden gepland. Op 23 juni 2006 brak [eiseres] de onderhandelingen af door mededeling dat de kantoorruimte niet langer beschikbaar was.
Het hof oordeelde dat ondanks het verstrijken van de termijn, [verweerster] gerechtvaardigd mocht vertrouwen op totstandkoming van de huurovereenkomst, mede vanwege het telefonisch contact en het voorkeursrecht. Het afbreken van de onderhandelingen was daarom onaanvaardbaar. De Hoge Raad bevestigde deze maatstaf en het oordeel van het hof, waarbij zij benadrukte dat het gerechtvaardigd vertrouwen en de omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de beoordeling van het afbreken van onderhandelingen.
De Hoge Raad verwierp de klachten van [eiseres] over de bewijswaardering en de toepassing van de maatstaf, en bevestigde dat het niet tijdig schriftelijk aanvaarden niet zonder meer tot het verval van het aanbod leidt indien gerechtvaardigd vertrouwen op totstandkoming blijft bestaan. De uitspraak bevestigt de strenge en terughoudende maatstaf voor schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen volgens het arrest CBB/JPO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het afbreken van de onderhandelingen was onaanvaardbaar en [eiseres] is schadeplichtig.