ECLI:NL:PHR:2011:BQ6140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet invoer cocaïne
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het invoeren van ruim 2 kilo cocaïne in zijn koffer vanuit Suriname naar Nederland.
Het Hof baseerde zijn oordeel op het feit dat verdachte zijn koffer enkele uren had afgestaan aan een onbekende man, terwijl hij wist dat vanuit Suriname drugs werden gesmokkeld, en dat een vluchtig onderzoek van de koffer de cocaïne had kunnen onthullen. Het Hof concludeerde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat zich cocaïne in zijn koffer bevond.
De verdediging stelde dat er onvoldoende bewijs was voor opzet en dat verdachte niet bekend was met de inhoud van de koffer. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof op verschillende punten onduidelijk en tegenstrijdig was in zijn motivering, en dat het nalaten van onderzoek niet automatisch betekent dat verdachte bewust de kans op drugs in zijn koffer aanvaardde.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het bewijs en de motivering opnieuw moeten worden onderzocht.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.