ECLI:NL:HR:2011:BQ7056
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep bij vervroegde onteigening wegens niet-tijdige betekening
De Staat der Nederlanden vorderde bij de rechtbank 's-Hertogenbosch vervroegde onteigening van onroerende zaken ten behoeve van de omlegging van de Zuid-Willemsvaart. De rechtbank sprak de onteigening uit en stelde een voorschot op schadeloosstelling vast. Tegen dit vonnis stelden eisers beroep in cassatie in. Hoewel de cassatieverklaring tijdig ter griffie werd afgelegd, werd de cassatiedagvaarding niet binnen de wettelijke termijn van twee weken aan de wederpartij betekend.
De Hoge Raad oordeelde dat deze niet-tijdige betekening leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De griffier behoort de verklaring desgevraagd onverwijld aan de onteigenende partij af te geven, ongeacht de betekening na afloop van de termijn. De Hoge Raad verwierp de opvatting dat het vonnis alsnog kan worden ingeschreven binnen twee maanden na niet-ontvankelijkverklaring.
De Hoge Raad verklaarde de eisers niet-ontvankelijk en veroordeelde hen in de kosten van het geding. Hiermee werd bevestigd dat strikte naleving van de betekeningstermijnen bij cassatie in onteigeningszaken essentieel is om rechtszekerheid te waarborgen.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens niet-tijdige betekening van cassatieverklaring en dagvaarding.