ECLI:NL:HR:2011:BT1875
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over aanhouding en mindering overleveringsdetentie in WOTS-zaak
In deze WOTS-zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een cassatieberoep van de veroordeelde tegen een beslissing van de Rechtbank Amsterdam betreffende de overname van de tenuitvoerlegging van een Duitse gevangenisstraf.
De veroordeelde verzocht om aanhouding van de procedure in verband met een bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) gestarte procedure, stellende dat hij geen eerlijk proces in Duitsland heeft gehad. De Hoge Raad oordeelde dat de exequaturrechter moet uitgaan van de juistheid van de buitenlandse veroordeling, tenzij sprake is van flagrante miskenning van fundamentele beginselen van behoorlijke strafrechtspleging. Dit was hier niet aannemelijk gemaakt, zodat het verzoek tot aanhouding terecht is afgewezen.
Daarnaast klaagde de veroordeelde terecht dat de Rechtbank had verzuimd de tijd die hij in Nederland in overleveringsdetentie had doorgebracht in mindering te brengen op de opgelegde straf. De Hoge Raad vernietigde het vonnis in zoverre en bepaalde dat deze detentietijd moet worden verrekend.
Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de Hoge Raad de Rechtbank bevestigde in haar overige beslissingen.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt mindering van de overleveringsdetentie op de straf en wijst het verzoek tot aanhouding af.