ECLI:NL:HR:2011:BU7430

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02657
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 lid 11 BWArt. 80 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie

In deze zaak stond de ontbinding van een arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en Greencore Convenience Foods Alphén B.V. centraal. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een verstoorde arbeidsrelatie op grond van artikel 7:685 BW Pro, zonder toekenning van een vergoeding. Verzoekster stelde hiertegen beroep in cassatie in.

De Hoge Raad toetste het beroep aan het rechtsmiddelenverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro, dat cassatieberoep tegen een beschikking op grond van dit artikel in principe uitsluit. Alleen indien wordt aangevoerd dat de rechter buiten het toepassingsgebied van het artikel is getreden, het artikel ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten, of een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, is cassatieberoep ontvankelijk.

Verzoekster heeft geen van deze doorbrekingsgronden aangevoerd. Daarom verklaarde de Hoge Raad haar cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde haar in de kosten van het geding. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het rechtsmiddelenverbod in arbeidsrechtelijke ontbindingszaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van doorbrekingsgronden van het rechtsmiddelenverbod in art. 7:685 lid 11 BW.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
11/02657
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K.Y. van Oosten,
t e g e n
GREENCORE CONVENIENCE FOODS ALPHEN B.V., thans genaamd: Qizini Alphen B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de [verzoekster] en Greencore.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 1035542/EJ VERZ 11-80115 van de kantonrechter te Alphen aan den Rijn van 10 maart 2011.
De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de kantonrechter heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Greencore heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende. Tussen partijen heeft een arbeidsovereenkomst bestaan. Greencore heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen, te weten een verstoorde arbeidsrelatie (art. 7:685 BW Pro). [Verzoekster] heeft verweer gevoerd en subsidiair om toekenning van een vergoeding gevraagd.
De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.
3.2 Het cassatiemiddel houdt in dat de bestreden beschikking niet voldoet aan de op grond van art. 80 lid Pro 1, aanhef en onder a, RO daaraan te stellen eisen.
3.3 Art. 7:685 lid 11 BW Pro sluit de mogelijkheid van cassatieberoep uit tegen een krachtens dit artikel gegeven beschikking. Naar vaste rechtspraak is een cassatieberoep desondanks ontvankelijk indien daartoe wordt aangevoerd dat de rechter buiten het toepassingsgebied van het artikel is getreden, het ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten, dan wel bij de behandeling van de zaak een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken.
3.4 Nu [verzoekster] zich op geen van de voormelde gronden voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 7:685 lid 11 BW Pro heeft beroepen, moet zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Greencore begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.