Uitspraak
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot benoeming van een bijzonder curator voor de zoon van de man, die in 2011 ontheven is van het ouderlijk gezag. De Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond is belast met de voogdij over de zoon. De man verzocht de kinderrechter om een bijzonder curator, wat werd afgewezen. In hoger beroep diende hij een wrakingsverzoek in tegen de raadsheer-plaatsvervanger, maar dit verzoek werd door het hof buiten behandeling gelaten omdat het niet door een advocaat was ondertekend en de man niet ter zitting verscheen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte art. 39 lid 1 Rv Pro buiten toepassing heeft gelaten. Dit artikel vereist dat een wrakingsverzoek wordt behandeld door een meervoudige kamer zonder de gewraakte rechter. Bovendien had de man de mogelijkheid moeten krijgen om het verzuim te herstellen dat het verzoek niet door een advocaat was ondertekend, conform art. 281 en Pro 362 Rv. Het hof heeft hiermee een fundamenteel rechtsbeginsel geschonden en het recht op een onpartijdige behandeling onvoldoende gewaarborgd.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof Den Haag van 20 mei 2015 en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De wraking zelf hoeft in die procedure niet opnieuw te worden behandeld. De uitspraak benadrukt het belang van eerlijke procesvoering en het waarborgen van het vertrouwen in de rechterlijke macht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.