Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
Aangenomen moet evenwel worden dat dit rechtsmiddelenverbod in uitzonderlijke gevallen kan worden doorbroken.
Over deze beide uitgangspunten zijn alle betrokkenen het eens.
Het gaat bij deze processuele beslissingen om het niet-honoreren van aanhoudingsverzoeken in de kort gedingprocedure en het volgens [appellant] (veel) meer rekening houden, door mr. Los, met de agenda van (de advocaat van) de Provincie dan met de agenda van [appellant] .
Het in de voorlaatste alinea op dat blad gestelde is onjuist. Anders dan de advocaat verdedigt, brengt het gegeven dat in de hoofdzaak de gewraakte rechter beslissingen zou hebben genomen, welke in strijd zouden zijn met de wet of het procesreglement, niet met zich dat de wrakingskamer inhoudelijke beslissingen zou moeten nemen met betrekking tot de juridische geschilpunten. De wrakingskamer dient enkel te oordelen of er aanwijzingen bestaan voor vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De laatste alinea op dat blad (doorlopend in de eerste alinea op blad 4) miskent dat in de hoofdzaak als regel hoger beroep open staat. Dat is het primaire correctiemechanisme als de rechter onjuiste beslissingen zou hebben genomen.
Dit wordt niet anders door het gegeven dat de wrakingskamer van de rechtbank de verlangens van [appellant] niet heeft gevolgd. Dat de wrakingskamer van de rechtbank dusdanig essentiële vormen niet in acht heeft genomen, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling niet meer kan worden gesproken, is naar het oordeel van het hof dan ook niet gebleken en is onvoldoende toegelicht.
3.De beslissing
Katerberg, in tegenwoordigheid van mr. J.M.A. Beckers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2017.