ECLI:NL:HR:2012:BQ2085
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst prejudiciële vragen over dubbele registratiebelasting bij dubbele woonplaats
Belanghebbende, een EU-burger met Belgische nationaliteit, woont en verblijft duurzaam in zowel Nederland als België en gebruikt een in België geregistreerde auto in beide landen. De Nederlandse belastingdienst legde een naheffingsaanslag BPM op vanwege het gebruik van de auto in Nederland, terwijl belanghebbende ook in België registratiebelasting had betaald.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag, maar het Hof stelde dit weer terzijde en oordeelde dat belanghebbende als inwoner van Nederland BPM verschuldigd was. Het Hof verwierp het beroep op het communautaire evenredigheidsbeginsel omdat de auto hoofdzakelijk in Nederland werd gebruikt.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende mede woonplaats in België heeft en dat het voertuig duurzaam in beide lidstaten wordt gebruikt. Gezien het ontbreken van harmonisatie van registratiebelastingen en vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie, vroeg de Hoge Raad zich af of de uitoefening van fiscale bevoegdheden door lidstaten onbegrensd is en of het evenredigheidsbeginsel een corrigerende werking kan hebben bij dubbele heffing.
Daarom heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en het geding geschorst totdat het Hof uitspraak doet. Dit arrest betreft de uitleg van Unierecht in het kader van dubbele woonplaats en dubbele registratiebelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het geding en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over dubbele heffing van registratiebelasting bij dubbele woonplaats.