ECLI:NL:HR:2012:BT8785
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending Salduz-recht op advocaat bij eerste politieverhoor
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag. Verdachte werd op 1 januari 2007 aangehouden en kort daarna verhoord zonder dat hem voorafgaand aan het eerste verhoor de gelegenheid was geboden een advocaat te raadplegen. Dit verzuim werd door het hof erkend, maar het hof oordeelde dat dit niet tot bewijsuitsluiting hoefde te leiden omdat de verklaring betrouwbaar was en verdachte niet in zijn verdediging was geschaad.
De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt de jurisprudentie omtrent het Salduz-arrest (EHRM 27 november 2008) en de eigen rechtspraak (HR 30 juni 2009, LJN BH3079). Volgens deze rechtspraak leidt het niet tijdig bieden van de mogelijkheid tot raadpleging van een advocaat in beginsel tot bewijsuitsluiting van de verklaring, tenzij verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht of er dwingende redenen zijn om het recht te beperken.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof deze rechtsregel heeft miskend door toch de verklaring te gebruiken. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 10 januari 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.