ECLI:NL:PHR:2012:BV9184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt bewijsuitsluiting bij ontbreken advocaat bij eerste politieverhoor
In deze zaak stond centraal of verklaringen van een verdachte, afgelegd zonder voorafgaand de gelegenheid te hebben gehad een advocaat te raadplegen, als bewijs mochten worden gebruikt. Het hof had geoordeeld dat hoewel sprake was van een vormverzuim, de verklaringen toch konden worden gebruikt omdat de verdachte niet op deze verklaringen was teruggekomen, ze niet had ingetrokken en ook geen beroep had gedaan op het zwijgrecht.
De Hoge Raad herhaalde en verduidelijkte de jurisprudentie uit HR LJN BH3079, waarin is gesteld dat het niet bieden van de mogelijkheid tot advocaatraadpleging voorafgaand aan het eerste verhoor in beginsel leidt tot bewijsuitsluiting, behoudens twee uitzonderingen: ondubbelzinnige afstand van dat recht of dwingende redenen. Het hof had dit miskend door de verklaringen toch te gebruiken.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad ook andere middelen, waaronder het verweer van vrijwillige terugtred, dat door het hof was verworpen op grond van de feiten dat de verdachte met opzet en voldoende snelheid op zijn vader was ingereden. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het Salduz-verweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.