Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2012:BT8915

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04033 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116.3 SvArt. 552a SvArt. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad oordeelt over juiste oproeping belanghebbende bij klaagschrift in strafvordering

In deze zaak heeft de Rechtbank Utrecht een klaagschrift behandeld dat was ingediend tegen de teruggave van een inbeslaggenomen grille. De rechtbank oordeelde dat de belanghebbende, die ook eigenaar van het voorwerp stelde te zijn, behoorlijk was opgeroepen voor de behandeling van het klaagschrift, terwijl deze niet is verschenen. De Hoge Raad stelt in cassatie vast dat de kennisgeving aan deze belanghebbende niet voldoet aan de eisen van art. 552a, vijfde lid, Sv, omdat deze kennisgeving niet de gelegenheid bood om gehoord te worden.

De Hoge Raad benadrukt dat de rechter verplicht is om te onderzoeken of er andere belanghebbenden zijn en dat deze, indien bekend of gemakkelijk traceerbaar, in de gelegenheid moeten worden gesteld om gehoord te worden en eventueel zelf een klaagschrift in te dienen. De enkele kennisgeving van datum en tijd van de zitting is onvoldoende om te spreken van een behoorlijke oproeping.

Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift. De uitspraak benadrukt het belang van een correcte procedurele behandeling van klaagschriften tegen inbeslagname om de rechten van alle belanghebbenden te waarborgen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onjuiste oproeping en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

24 januari 2012
Strafkamer
nr. S 10/04033 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Utrecht van 13 juli 2010, nummer RK 10/146, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door [klager]. Namens deze heeft mr. R.F. Thunnissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige op analoge toepassing van art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel richt zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat [klager] behoorlijk is opgeroepen.
2.2. De bestreden beschikking houdt in:
"Het klaagschrift is behandeld in openbare raadkamer op 8 juni 2010.
Gehoord zijn klager, de raadsman van klager, en de officier van justitie.
Belanghebbende [klager] is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De rechtbank is met klager van oordeel dat teruggave van de grille aan [klager] niet aan de orde is, nu niet is gebleken, noch aannemelijk is geworden, dat [klager] een sterker recht op de grille heeft dan klager, bij wie het beslag is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat [klager], hoewel opgeroepen, niet in raadkamer is verschenen, hetgeen met zich brengt dat teruggave van de grille aan [klager] niet redelijk en maatschappelijk niet verantwoord wordt geacht.
Nu klager, bij wie het beslag is gelegd, om teruggave van alle voorwerpen, met uitzondering van de auto, heeft verzocht, zal de rechtbank de teruggave aan klager gelasten"
2.3. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Onder [betrokkene 1] is een grille in strafvorderlijk beslag genomen. Deze heeft op de voet van art. 116, derde lid, Sv in verbinding met art. 552a Sv bij de Rechtbank een klaagschrift ingediend tegen het voornemen van het Openbaar Ministerie de grille terug te geven aan [klager]. [Klager] is op de hoogte gesteld van de datum en de tijd van de openbare behandeling van de zaak, maar is niet verschenen. Bij de bestreden beschikking heeft de Rechtbank het klaagschrift van [betrokkene 1] gegrond geacht en de teruggave van de grille aan hem gelast. Tegen die beslissing is het cassatieberoep van [klager] gericht.
2.4. Het wettelijk stelsel brengt mee dat op de rechter de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv te beslissen, aan de hand van de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een ander dan de klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. In dat geval mag de rechter niet treden in de beoordeling van het klaagschrift zonder dat die belanghebbende - indien deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is - in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen (vgl. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654).
2.5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een "kennisgeving" afkomstig van de griffier van de Rechtbank te Utrecht gericht aan [klager], [a-straat 1] te [woonplaats]. Deze kennisgeving houdt in:
"Geachte heer/mevrouw,
Hierbij zend ik u een afschrift van het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (tegen in beslaggenomen voorwerpen) ingediend door [betrokkene 1].
Op 08 juni 2010 te 09.30 uur zal bovenvermeld klaagschrift ter openbare terechtzitting van de raadkamer van deze rechtbank, zitting houdende aan de Vrouwe Justitiaplein 1, 3511 EX Utrecht, worden behandeld.
Tevens deel ik u mede dat u, indien u geen afstand van het inbeslaggenomene heeft gedaan, ook een klaagschrift (onder vermelding van bovenstaand kenmerk) kunt indienen over de inbeslagneming."
2.6. De enkele kennisgeving aan [klager] van de datum en de tijd van de behandeling van het klaagschrift van de klager [betrokkene 1] kan bezwaarlijk worden gelijkgesteld met een kennisgeving waarbij [klager] de gelegenheid wordt geboden om tijdens de behandeling in openbare raadkamer te worden gehoord. De kennisgeving voldoet daarmee niet aan de eisen zoals gesteld in art. 552a, vijfde lid, Sv. Het feit dat hij niet in raadkamer is verschenen kan hem dan ook niet worden tegengeworpen, zodat de Rechtbank - gelet op hetgeen is vooropgesteld - nog niet had mogen treden in de beoordeling van het klaagschrift. Het oordeel van de Rechtbank dat [klager] behoorlijk is opgeroepen, geeft dan ook blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
2.7. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten klooster, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2012.