ECLI:NL:PHR:2015:2047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over niet tijdige betaling griffierecht en toepassing hardheidsclausule
In deze zaak stond centraal de vraag of tijdens een lopende procedure nog kan worden overgegaan tot ontslag van de instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Eisers in cassatie, die in hoger beroep waren gegaan tegen een vonnis waarbij hun huurovereenkomst werd ontbonden, betaalden het griffierecht twee dagen te laat. Het hof liet de comparitie na aanbrengen doorgaan, ondanks de te late betaling, en wees de zaak later af wegens niet tijdige betaling. Eisers deden een beroep op de hardheidsclausule van art. 127a lid 3 Rv.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten het toepassingsgebied van art. 127a Rv is getreden door tijdens een procedure die al inhoudelijk was behandeld alsnog ontslag van de instantie toe te passen. De procedure was al inhoudelijk behandeld tijdens de comparitie, waardoor toepassing van de sanctie niet meer mogelijk was. Ook verwierp de Hoge Raad het beroep op de hardheidsclausule, omdat de overschrijding van de betalingstermijn in de risicosfeer van eisers lag en geen sprake was van een apparaatsfout of verwarring wekkende informatie.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof onjuist had geoordeeld over het uitstelverzoek voor het nemen van de memorie van grieven, omdat het hof ten onrechte een H16-formulier verlangde terwijl het H5-formulier, dat zonder klemmende redenen kon worden gebruikt, beschikbaar was. De Hoge Raad vernietigde het arrest en de rolbeslissing van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof en de rolbeslissing worden vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.