ECLI:NL:PHR:2015:2014
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht en rechtsmiddelenverbod
In deze zaak stond centraal of de wederpartij gehoord moet worden wanneer de rechter ambtshalve de hardheidsclausule toepast bij te late betaling van het griffierecht. Aerdenburgh Holding B.V. had een procedure aangespannen tegen twee verweerders over een huurovereenkomst en schadevergoeding. Na diverse vonnissen en hoger beroepen werd het griffierecht door verweerders één dag te laat betaald. Het hof paste de hardheidsclausule toe en liet het ontslag van de instantie buiten toepassing, zonder de wederpartij te horen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor had geschonden. De partij die nadeel ondervindt van ambtshalve toepassing van de hardheidsclausule moet in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten. De enkele omstandigheid van een dag te late betaling was onvoldoende grond voor toepassing van de hardheidsclausule. De arresten van het hof werden vernietigd en de zaak verwezen.
De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van art. 127a Rv en het rechtsmiddelenverbod, maar ook de uitzonderingen daarop. De Hoge Raad verduidelijkt dat advocaten geacht worden kennis te hebben van griffierechttermijnen en dat geringe overschrijding meestal niet verschoonbaar is. Alleen bijzondere omstandigheden zoals administratieve fouten kunnen tot toepassing van de hardheidsclausule leiden.
Uitkomst: De arresten van het gerechtshof worden vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor-beginsel bij ambtshalve toepassing van de hardheidsclausule.