ECLI:NL:HR:2012:BU5620
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en causaal verband arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag door eiser, die arbeidsongeschikt raakte tijdens zijn dienstverband bij UAS. Eiser stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid het gevolg was van zijn werkzaamheden en dat de werkgever tekort was geschoten in reïntegratieverplichtingen.
De kantonrechter oordeelde dat UAS tekort was geschoten in haar reïntegratieverplichtingen maar dat het causaal verband tussen werkzaamheden en arbeidsongeschiktheid onvoldoende was aangetoond. Het hof bevestigde dit oordeel en wees het bewijsaanbod van eiser af, stellende dat de stelplicht en bewijslast omtrent het causaal verband op de werknemer rusten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende had gesteld om een relevant causaal verband aan te nemen, omdat het hof niet had vastgesteld dat de medische rapportages het causaal verband uitsluiten, maar slechts dat zij dat niet bevestigen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
De klachten over het niet tekortschieten van UAS in haar reïntegratieverplichtingen werden niet behandeld wegens gebrek aan rechtsvragen van belang. De Hoge Raad veroordeelde UAS tot betaling van de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.