ECLI:NL:HR:2012:BU8247
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over fraus legis bij vruchtgebruikconstructie omzetbelasting
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2000 tot en met 2003 vanwege een vruchtgebruikconstructie met roerende goederen ten behoeve van scholen in het voortgezet onderwijs. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof werd het hofarrest gewezen waarbij de naheffingsaanslagen werden verminderd.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad onderzocht onder meer of sprake was van misbruik van recht en of het vertrouwensbeginsel kon worden ingeroepen door belanghebbende. Het hof had geoordeeld dat de constructie fraus legis was en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde omdat de inspecteur bij het verlenen van teruggaven een voorbehoud had gemaakt dat correcties bij later onderzoek mogelijk waren.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat misbruik van recht aanwezig was, ook al waren de transacties niet tussen verbonden partijen aangegaan. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat het voorbehoud van de inspecteur duidelijk maakte dat correcties mogelijk waren. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.